Een zorgvuldige hinderbeoordeling van niet-ingedeelde activiteiten in het kader van de goede ruimtelijke ordening
In een recent arrest van 19 maart 2026 (RvVb 19 maart 2026, nr. RvVb-A-2526-0587, De Poortere e.a., p. 37-40) benadrukte de Raad voor Vergunningsbetwistingen nogmaals het belang van een zorgvuldige beoordeling van de hinder ten gevolge van een aangevraagde activiteit bij het beoordelen van de goede ruimtelijke ordening, ook wanneer mogelijke bronnen van hinder niet ontstaan ten gevolge van een ingedeelde activiteit.
Concreet betrof het een vernietigingsverzoek van een vergunning die was verleend door de Provincie Antwerpen ter regularisatie van een bestaand tennisterrein en voor, onder andere, de herinrichting van een ander tennisterrein tot padelvelden en het aanleggen van enkele parkeerplaatsen.
De Raad stelde expliciet dat, hoewel tennis- en padelvelden geen ingedeelde hinderlijke inrichtingen uitmaken en ook geen deel uitmaken van een milieutechnische eenheid waarop de richtwaarden voor geluid zoals vastgelegd in VLAREM II van toepassing zijn, dit niet wegneemt dat de geluidshinder voor de woonomgeving in het kader van de goede ruimtelijke ordening op zorgvuldige wijze moet worden onderzocht.
Hoewel er in deze zaak een geluidsstudie was toegevoegd aan het dossier, oordeelde de Raad dat deze onvolledig was om te kunnen dienen als basis voor een zorgvuldige beoordeling van de geluidshinder. In de studie werd immers de geluidsimpact van slechts twee geluidsbronnen meegenomen, namelijk de nieuwe padelterreinen en de parking.
De Raad oordeelde dat de geluidsstudie, om een correct beeld te krijgen van de geluidsimpact van de aanvraag, ook rekening moet houden met alle andere geluidsbronnen op het aanvraagperceel die het gevolg zijn van de reeds bestaande activiteiten.
Een zorgvuldig onderzoek van de geluidshinder vereist dus een onderzoek naar de bestaande en bijkomende geluidsbelasting. Hierbij moet ook alle geluidsbelasting in rekening worden gebracht, niet enkel deze van bronnen die onderworpen zijn aan de richtwaarden voor geluid van VLAREM II. Concreet betrof dit de bestaande tennisterreinen, waaronder het terrein waarvan de regularisatie werd aangevraagd, de cafetaria en het terras. Deze werden geïdentificeerd als geluidsbronnen, maar werden niet mee onderzocht in de geluidsstudie. De Raad bevestigde ook impliciet dat stemgeluid een belangrijk onderdeel van de geluidsimpact kan zijn voor zowel de nieuwe als de bestaande activiteiten op het terrein, en dus moet worden meegenomen.
Met deze rechtspraak bevestigt de Raad nogmaals dat ook niet-ingedeelde activiteiten relevant zijn als geluidsbronnen bij het beoordelen van de hinder in het kader van de goede ruimtelijke ordening. Het belang van deze geluidsbronnen wordt expliciet benadrukt in dit arrest. Verder verduidelijkt de Raad ook het belang van de cumulatieve geluidsbelasting. Het kan niet volstaan dat enkel de bijkomende geluidsbelasting wordt onderzocht. Deze moet samen met de bestaande geluidsbelasting in kaart worden gebracht.
Bron: Barbara De Cocker van LDR Advocaten