Raad van State bevestigt: een advies is pas uitgebracht wanneer het is opgeladen in het Omgevingsloket
De bv Storm 93 vraagt een omgevingsvergunning aan voor de bouw en uitbating van twee windturbines aan de A11 in Knokke-Heist en Damme. De gewestelijke omgevingsvergunningscommissie vraagt op 20 januari 2023 advies aan de colleges van burgemeester en schepenen van beide gemeenten. De vervaltermijn van vijftig dagen (artikel 75, §3 van het Omgevingsvergunningsbesluit) vangt aan op 21 januari 2023 en verstrijkt op 11 maart 2023. Het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Knokke-Heist brengt in zijn zitting van 10 maart 2023 een advies uit, maar dit advies wordt pas op 14 maart 2023 opgeladen in het Omgevingsloket. Op 18 mei 2023 wordt de omgevingsvergunning verleend.
Wanneer het college van de gemeente Knokke-Heist de vergunning aanvecht, verklaart de Raad voor Vergunningsbetwistingen (RvVb) dat beroep onontvankelijk (RvVb 27 juni 2024, nr. RvVb-A-2324-0863). Een adviesinstantie kan op grond van artikel 105, §2, eerste lid, 4° van het Omgevingsvergunningsdecreet enkel beroep instellen wanneer zij tijdig advies heeft verstrekt. Artikel 157 van het Omgevingsvergunningsbesluit bepaalt dat adviezen worden aangevraagd en uitgebracht via het uitwisselingsplatform. Het advies wordt volgens de Raad pas uitgebracht door het kenbaar te maken via het Omgevingsloket, zodat de datum waarop het wordt opgeladen bepalend is. De tijdige collegebeslissing doet daaraan geen afbreuk.
Het college van de gemeente Knokke-Heist tekent bij de Raad van State (RvS) cassatieberoep aan tegen het voormelde RvVb-arrest. In zijn arrest van 28 mei 2026 verwerpt de RvS het cassatieberoep (RvS 28 mei 2026, nr. 266.826). De Raad oordeelt dat het recht op toegang tot de rechter uit artikel 13 van de Grondwet en artikel 6.1 EVRM niet absoluut is en aan procedureregels mag worden onderworpen. Bij de toepassing van dergelijke procedureregels moet de rechter zowel overdreven formalisme als overdreven flexibiliteit vermijden. Volgens de RvS maken de toepasselijke regels de toegang tot de RvVb niet onmogelijk. Zij vergen van het college dat zijn beroepsrecht wil vrijwaren een zekere oplettendheid bij het naleven van de adviestermijn en het tijdig opladen van het advies, wat mede gelet op de relatief ruime adviestermijn niet onevenredig is met het doel om de vergunningsprocedure binnen een duidelijk tijdskader te doorlopen. Dat het college tijdig over het advies besliste, dat de vergunningverlenende overheid met het laattijdig opgeladen advies rekening hield en dat de procedure geen vertraging opliep, doet daaraan geen afbreuk.
Een advies is dus pas rechtsgeldig uitgebracht wanneer het binnen de vervaltermijn is opgeladen in het Omgevingsloket. De adviesinstantie die deze digitale deadline mist, verliest haar toegang tot de Raad voor Vergunningsbetwistingen, ook wanneer haar advies inhoudelijk werd betrokken in de besluitvorming. Adviesinstanties dienen dus nauwgezet de adviestermijnen op te volgen en plannen best tijdig het opladen in het Omgevingsloket, temeer nu een technisch probleem bij het opladen enkel telt als het als overmacht kan worden gestaafd.
Bron: Jef Seghers van LDR Advocaten