Van minnelijke schikking naar herstelschikking
Op 1 april 2026 treedt het Kaderdecreet Vlaamse Handhaving in werking. Eén van de wijzigingen die met dit decreet wordt doorgevoerd, is de omvorming van de ‘minnelijke schikking’ naar ‘herstelschikking’ inzake ruimtelijke ordening.
Een minnelijke schikking houdt in dat de gewestelijke of gemeentelijke stedenbouwkundig inspecteur, of de burgemeester in naam van het Vlaamse Gewest of de gemeente, met de bouwovertreder(s) of andere belanghebbenden een minnelijke regeling treft onder bepaalde voorwaarden, waaronder het bepalen van een meerwaardesom. [1] De minnelijke schikking heeft als doel het vrijwillig herstellen van de publieke schade. Het verkrijgen van een minnelijke schikking is een gunst en geen recht; het bestuur kan een aanvraag dan ook weigeren.
Onder het nieuwe Vlaamse handhavingsbeleid, dat vanaf 1 april 2026 in werking treedt, blijft een minnelijke schikking mogelijk, zij het onder de vorm van een ‘herstelschikking’, waarbij de modaliteiten worden aangescherpt.
De regels inzake de herstelschikking zijn vervat in artikel 60 e.v. van het Kaderdecreet over de handhaving van Vlaamse regelgeving. Uit deze nieuwe regels blijkt een duidelijke voorkeur voor feitelijk herstel van het bouwmisdrijf (herstel in de oorspronkelijke staat). Pas in tweede instantie kan herstel gebeuren via een financieel equivalent (betaling van een meerwaardesom).
Net zoals bij de minnelijke schikking, is de herstelschikking geen omgevingsvergunning of regularisatievergunning. De herstelschikking biedt evenwel voordelen voor niet-hoofdzakelijk vergunde (zonevreemde) constructies. Het nieuwe artikel 6.3.4 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (hierna: ‘VCRO’) bepaalt dat, na afgifte van een attest van uitvoering van de herstelschikking, voor het voorwerp van de uitgevoerde herstelmaatregelen onderhoudswerken (zoals bedoeld in artikel 4.1.1, 9° VCRO) kunnen worden uitgevoerd en stabiliteitswerken (zoals bedoeld in artikel 4.1.1, 11° VCRO) kunnen worden vergund.
De herstelschikking biedt dus meer mogelijkheden voor zonevreemde constructies dan haar voorganger. Na een minnelijke schikking waren immers enkel stabiliteitswerken toegelaten.[2]
Daartegenover staat dat de meerwaarde die moet worden betaald om een herstelschikking aan te gaan, aanzienlijk hoger ligt dan de bedragen die voorzien waren bij een minnelijke schikking. Het wordt dus een stuk duurder om overtredingen ‘af te kopen’.[3]
Brond: Aline GOSSELIN van LDR Advocaten