Wijzigingen aan het Vrijstellingsbesluit in het kader van energie en renovatie vanaf 1 maart 2026

9 maart 2026
by LDR Advocaten

Het Vrijstellingsbesluit bepaalt welke stedenbouwkundige handelingen vrijgesteld zijn van de vergunningsplicht en dus zonder omgevingsvergunning kunnen worden uitgevoerd, op voorwaarde dat aan de algemene toepassingsvoorwaarden van het besluit wordt voldaan. Op 1 maart 2026 zijn er wijzigingen in werking getreden aan het Vrijstellingsbesluit. In deze bijdrage worden echter enkel de bepalingen besproken die relevant zijn in het kader van energie en renovatie. Andere wijzigingen blijven buiten beschouwing.

  • Werken aan gevels en daken (art. 2.1, 2° en 3.1, 2°): In de vorige versie van het Vrijstellingsbesluit waren enkel handelingen zonder stabiliteitswerken en zonder wijziging van het fysiek bouwvolume aan zijgevels, achtergevels en daken vrijgesteld. De nieuwe bepaling luidt nu “handelingen aan gevels en daken, zonder de energieprestatie van het gebouw te verslechteren en zonder het fysieke bouwvolume te wijzigen”. Dit betreft een grote versoepeling. Ook werken waarbij stabiliteitsingrepen nodig zijn, kunnen nu onder de vrijstelling vallen. Daarnaast geldt de vrijstelling voortaan voor alle gevels. Tegelijk wordt een inhoudelijke voorwaarde toegevoegd: de werken mogen de energieprestatie van het gebouw niet verslechteren. De bepaling past daarmee in de beleidsdoelstelling om renovaties en energetische verbeteringen te faciliteren.
  • Isolatie van gevels en daken (art. 2.1, 2/1° en 3.1, 2/1°): In de vorige versie luidde deze bepaling: “het aanbrengen van isolatie aan de buitenzijde van gevels en daken tot een maximum van 26 centimeter, voor zover de rooilijn niet overschreden wordt.” In de nieuwe versie wordt verduidelijkt dat ook de gebruikelijke afwerking onder deze vrijstelling valt. Hiermee wordt expliciet bevestigd dat ook afwerkingslagen – zoals bijvoorbeeld crepi of andere gevelafwerkingen – onder de vrijstelling vallen, zolang zij binnen de maximale dikte van 26 cm blijven. De uitzonderingen op deze vrijstelling blijven ongewijzigd.
  • Zonnepanelen en zonneboilers (art. 2.1, 3° en 3.1, 3°): In de vorige versie waren enkel volgende situaties vrijgesteld: zonnepanelen of zonneboilers op een plat dak, tot maximaal één meter boven de dakrand en zonnepanelen en zonneboilers geïntegreerd in het hellende dakvlak. De nieuwe bepaling behoudt deze mogelijkheden, maar breidt ze uit met twee bijkomende plaatsingsmogelijkheden: bevestiging op een gevel, met een maximale oppervlakte van 4 m² per gevel en bevestiging aan een balkonafsluiting. Hierdoor wordt het toepassingsgebied van de vrijstelling aanzienlijk verruimd en ontstaat meer flexibiliteit voor kleinschalige zonne-energie-installaties.
  • Warmtepompen en airco’s (art. 2.1, 8°/1 en 3.1.7°/2):  In de vorige versie was deze vrijstelling beperkt tot de plaatsing van bovengrondse onderdelen in een voortuin, zijtuin of achtertuin, of op een zij- of achtergevel, ingeplant tot op twee meter van de perceelsgrens of tegen een scheidingsmuur. De nieuwe bepaling vereenvoudigt dit door te bepalen dat dergelijke installaties vrijgesteld zijn wanneer ze worden geplaatst in de tuin, op een gevel of op een plat dak, mits ze tot op twee meter van de perceelsgrens of tegen een bestaande scheidingsmuur worden ingeplant. Door de vroegere opsomming van specifieke tuin- en geveltypes te schrappen, wordt de regeling flexibeler.
  • Binnenverbouwingen (art. 2.1,4° en 3.1,4°): Vervolgens wordt ook de vrijstelling voor binnenverbouwingen aanzienlijk versoepeld. Waar in de vorige versie enkel binnenverbouwingen zonder stabiliteitswerken waren vrijgesteld, spreekt de nieuwe bepaling eenvoudigweg over “binnenverbouwingen”. Hierdoor vallen voortaan ook binnenverbouwingen met stabiliteitswerken onder de vrijstelling. Hoewel deze wijziging niet specifiek gericht is op energie- of duurzaamheidsmaatregelen, betekent zij wel een belangrijke administratieve vereenvoudiging voor renovatieprojecten.

Verschillende wijzigingen die op 1 maart 2026 in werking traden, bouwen verder op de eerdere versoepelingen aan het Vrijstellingsbesluit in het kader van energie en renovatie die in werking zijn getreden op 24 augustus 2024. Deze bijdrage beperkte zich tot de meest relevante wijzigingen in het kader van energie en renovatie. Het besluit bevat daarnaast nog andere aanpassingen die hier niet verder worden besproken.

Bron: Féline Vanden Bussche van LDR Advocaten