Permanente vorming

Als milieucoördinator moet je 30 uur bijscholing volgen per jaar. Wat meeteelt als permanente vorming vind je hier terug:

  • het (actief en passief) deelnemen aan studiedagen en seminaries met omgeving (leefmilieu en ruimtelijke ordening gelinkt aan milieu) als centraal thema: extern (voor het publiek toegankelijk) of intern (indien aantoonbaar).
  • het deelnemen aan sectorale overlegmomenten waar kennisuitwisseling over het leefmilieu en de wetgeving rond bedrijfsinterne milieuzorg centraal staat. Het gaat hier om vaktechnische werkgroepen ingericht door sector- of beroepsverenigingen of bedrijvenfederaties. Er wordt steeds een verslag opgemaakt van de werkgroep met vermelding van het tijdschema. Enkel de uren die gewijd worden aan de bespreking van milieuthema’s komen in aanmerking. Per jaar komen maximaal vijftien uren in aanmerking.
  • het actief doceren van milieukennis tijdens seminaries en opleidingen met leefmilieu als centraal thema. Voor de erkende persoon komen maximaal de gedoceerde uren in aanmerking als permanente vorming, voorbereiding wordt niet inbegrepen. Per jaar komen maximaal vijftien uren gegeven vorming in aanmerking voor niet-recurrente vorming, bij herhaling van onderwerpen tellen maximaal acht uren mee.
  • schrijven van artikels rond inhoudelijke milieuthema’s. Een artikel moet minimaal één A4 lang zijn. Een erkende milieucoördinator of deskundige kan maximaal vier artikels per jaar in aanmerking nemen als permanente vorming. Per geschreven artikel kan de erkende persoon forfaitair twee uur permanente vorming in aanmerking nemen.
  • deelname aan vergaderingen van de provinciale of gewestelijke milieuvergunningscommissies, indien de milieucoördinator hiervoor als deskundige aangewezen is door de deputatie of de minister.
  • e-learning op voorwaarde dat de deelnemer kan aantonen dat hij het pakket gevolgd heeft
  • het nalezen én jureren van 1 eindwerk komt in aanmerking voor 1 uur bijscholing onder de volgende voorwaarden:
    • het nalezen behoort tot het takenpakket, dus niet enkel de eindwerkpresentatie bijwonen
    • naam opleidingscentrum, titel eindwerk, datum verdediging en naam cursist moeten vermeld worden als bewijs voor de bijscholing
    • men moet aanwezig zijn op de eindwerkpresentatie
    • voor het begeleiden van de cursist worden geen extra uren toegekend
    • maximum 5 eindwerken per jaar worden op deze manier in rekening gebracht
  • valorisatie van de inzet van actieve interne milieucoördinatoren: een interne milieucoördinator heeft dit jaar gewerkt aan een bepaald intern milieuproject in het bedrijf en heeft daarmee bepaalde resultaten gerealiseerd. Dergelijk project telt mee voor maximum 5 uur permante vorming voor dat bepaald jaar (voor inwerken in de materie, uitwerken project, contact met externe deskundigen, expliciteren en reflecteren over eigen werk, interne en externe communicatie over dit project, …). De interne milieucoördinator maakt een A4 op waarop hij het project toelicht en de gevraagde uren verantwoordt. Per jaar kunnen meerdere milieuprojecten meetellen als permante vorming, goed voor maximum 10 uur permanente vorming.
  • Belangrijk hierbij te vermelden is dat het gaat om een uitzonderlijk project dat niet behoort tot de reguliere dagtaak van de interne milieucoördinator (bv. opvolging van periodieke milieuverplichtingen, omgevingsvergunningsaanvraag, IMJV-aangifte, aangifte digitaal waterheffingenloket, jaarverslag, ...).Telt mee (enkele niet-limitatieve voorbeelden):
    • Procedure windmolen op eigen bedrijfsterrein
    • Opstart eigen waterzuiveringsinstallatie
    • Opmaak mobiliteitsbeleidsplan
    • Implementatie milieumanagementsysteem
  • alle andere mogelijke vormen van bijscholing die de afdeling Gebiedsontwikkeling, Omgevingsplanning en -projecten als bijscholing beschouwt.

 

Ook als MER-deskundige moet je je jaarlijks 8 uur bijscholen per discipline over de recentste ontwikkelingen en wetgeving in die discipline. Dit moet je kunnen aantonen door bijvoorbeeld een certificaat, diploma of aanwezigheidsdocument. Het programma van de activiteit dien je ook bij te houden. De bijscholing kan je invullen met studiedagen, seminaries en lezingen en kan maximaal voor de helft ingevuld worden met thema’s die de specifieke discipline van de erkende deskundige overschrijden. Het gaat hierbij dan over beroepsspecifieke thema’s die niet louter gerelateerd worden aan de specifieke discipline. De specifieke discipline moet wel steeds in zekere mate aan bod komen. Daarnaast kan ook je kiezen voor e-learning, onder voorwaarde dat je kan aantonen dat je het pakket gevolgd hebt, hoeveel tijd je eraan besteed hebt en wat de inhoud van het pakket was.