Houd (ook) rekening met de digitale beroepstermijn op het omgevingsloket

Houd (ook) rekening met de digitale beroepstermijn op het omgevingsloket

25 november 2019 by Sylvie Baert

yellow-dry-maple-756903.jpg

Vergunningsaanvragers die een omgevingsvergunning verkrijgen zijn verplicht om de buurt daarvan in kennis te stellen door middel van een (gele) aanplakking op het bouwterrein. Gealarmeerde buren hebben met het omgevingsloket nu ook de mogelijkheid om digitaal een beroepschrift in te dienen. Bovendien wordt op dit loket uitdrukkelijk aangegeven wanneer hun beroepstermijn verstrijkt (“Einde beroepsperiode derden tot en met”).

De beroepstermijn voor derden begint volgens het Omgevingsvergunningsdecreet te lopen de dag na de start van de aanplakking van de vergunning. De aanvrager moet – normaal gezien op dezelfde dag als de aanplakking – deze aanplakking ook melden via het omgevingsloket, waarna dit loket een beroepstermijn zal weergeven, die automatisch wordt berekend vanaf deze melding op het loket. Het gebeurt niettemin dikwijls – om allerhande (praktische) redenen – dat er enkele dagen verstrijken tussen de werkelijke aanplakking van de vergunning op het terrein enerzijds en de melding ervan op het omgevingsloket anderzijds. De beroepstermijn die gemeld staat op het omgevingsloket zal daardoor enkele dagen later komen te vallen. In die tussenperiode kunnen er via het omgevingsloket wel digitale beroepschriften worden opgeladen: deze ‘tool’ wordt pas vergrendeld van zodra de ‘digitale’ beroepstermijn is verstreken.

In het arrest nr. RvVb-S-1819-1296 van 13 augustus 2019 bevestigt de Raad voor Vergunningsbetwistingen voor de eerste maal dat de op het omgevingsloket vermelde beroepstermijn relevant is voor de ontvankelijkheid van het beroepschrift, en rechten creëert voor derden. Een administratief beroepschrift kan niet zomaar onontvankelijk worden verklaard als blijkt dat de ‘digitale’ beroepstermijn foutief was.

De Raad zet de rechtszekerheid van de derden-belanghebbenden voorop, en houdt er rekening mee dat de omgevingsvergunningsprocedure in hoofdzaak digitaal verloopt. In die omstandigheden mogen derden er volgens de Raad op kunnen vertrouwen dat op het omgevingsloket vermelde beroepstermijn correct is. Er kan van een derde niet zo’n waakzaamheid worden verwacht dat hij zelf ook nog eens bij de gemeente moet nagaan wanneer de aanplakking effectief was gestart, en of het omgevingsloket daaromtrent foutieve informatie weergeeft.

Deze rechtspraak verdient bijval. Er worden, sinds de inwerkingtreding van het decreet, ook geen attesten van aanplakking meer opgemaakt, zodat burgers geen ‘objectief’ bewijs kunnen opvragen noch krijgen omtrent de werkelijke beroepstermijn. Aangezien de omgevingsvergunningsprocedure voornamelijk wil inzetten op een digitale indiening en behandeling, is het belangrijk dat de rechten van derden hierdoor niet in het gedrang komen. Hun rechtszekerheid primeert. Ze moeten erop kunnen vertrouwen dat de ‘digitale’ beroepstermijn correct is en dat zij tot de laatste dag ervan met een gerust hart een beroep kunnen indienen. Dit vormt ook een aanzet voor bouwheren en hun architecten om zo spoedig mogelijk – idealiter op dezelfde dag – de aanplakking van de vergunning te melden op het omgevingsloket. 

Sofie De Maesschalck – LDR ADVOCATEN