15/03/2011 - Vlaanderen wacht een stralende toekomst...
BRUSSEL - Sinds kort is een nieuwe regelgeving van kracht die de volksgezondheid moet beschermen tegen elektromagnetische straling. De lat lijkt echter wel bijzonder laag gelegd. Een kritisch onderzoek.
In januari 2009 nog hadden alle politieke partijen, zonder uitzondering, in een Vlaamse resolutie de borst nat gemaakt voor een volksgezond Vlaanderen, blootgesteld aan een maximaal stralingsniveau van 3 V/m. Het nieuwe besluit van 19 november 2010 (B.S. 13/01/2011) neemt echter ongegeneerd de oude federale cumulatieve blootstellingsnorm van 20,6 V/m over.
Een extra norm - elke antenne op een woning, school, rusthuis, kinderopvang... mag in zijn stralingsbereik de 3 V/m niet overschrijden - heet dan dé extra bescherming voor de volkgezondheid te zijn. Maar als metingen te velde jarenlang slechts in uitzonderlijke gevallen een antenne op een overschrijding van deze norm (en dan nog in beperkte mate) betrappen, dan fronst ARGUS de wenkbrauwen...
Het schaamlapje bewierookt
Het nieuwe Vlaamse besluit komt niks te vroeg. In januari 2009 al viel bij het Grondwettelijk Hof het vreemde verdict dat eventuele schadelijke effecten en hinder van niet-ioniserende straling onder de gewestelijke materie 'leefmilieu' en niet onder de federale materie 'volksgezondheid' vallen. Vervolgens vernietigde de Raad van State de federale reglementering voor elektromagnetische golven van vast opgestelde antennes (het Koninklijk Besluit van 29 april 2001, later vervangen door het Koninklijk Besluit van 10 augustus 2005). Opmerkelijk genoeg legde dit arrest geen onderlinge afstemming tussen de gewesten op bij de opmaak van de nieuwe normen. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en Wallonië kennen een nieuwe gewestelijke normering respectievelijk sinds maart 2009 en april 2009. Vlaanderen liet dus tot voor kort op zich wachten...
Van overheidswege wordt dit nieuwe Vlaamse besluit steevast bewierookt omwille van de bijkomende stralingsnorm per antenne. Deze norm moet de bevolking op de plaatsen waar ze het meest verblijft (woning, school, crèche, ziekenhuis, rust- en verzorgingstehuis,...) extra beschermen tegen elektromagnetische straling. De straling van een zendantenne voor mobiele telefonie of draadloos internet (bij 900 MHz) mag in zo’n verblijfplaatsen niet hoger pieken dan 3 V/m.
Professor Guy Vandenbosch, verbonden aan het Departement Elektrotechniek van de KULeuven, vindt de nieuwe norm niet echt een stap vooruit: “In al die jaren dat wij metingen bij gsm-antennes uitvoeren, hebben we slechts bij uitzondering een zendantenne gevonden waarvan de straling deze norm op een toegankelijke plaats overschreed, en als dit al het geval was, dan nog in geringe mate. Dit is dus helemaal geen vooruitstrevende norm, want op enkele meter van de antenne is de straling al tot 3 V/m gedaald. Deze norm per antenne houdt voor de volksgezondheid ook weinig steek. Uiteindelijk telt voor het menselijk lichaam de cumulatieve impact van alle stralingsbronnen uit de omgeving. Als er een norm voor de volksgezondheid van belang is, dan is het wel de cumulatieve blootstellingsnorm.”

Oude Belgische wijn in nieuwe Vlaamse zakken
Maar het nieuwe Vlaamse besluit neemt de cumulatieve blootstellingsnorm van 20,6 V/m (bij 900 MHz) uit het Koninklijk Besluit van 10 augustus 2005 klakkeloos over. Hieronder vallen de vast opgestelde gsm-, (amateur)radio- en tv-, ASTRID-antennes (netwerk voor de veiligheidsdiensten) en de antennes voor defensie, luchtvaart, scheep- en treinverkeer. Ook al was deze norm al strenger dan de aanbeveling van de Wereldgezondheidsorganisatie (41,6 V/m), toch staat ze mijlenver van de beoogde cumulatieve blootstellingsnorm van 3 V/m uit de beloftevolle Vlaamse resolutie van januari 2009. Deze resolutie maakte zelf gewag van een streefnorm op termijn van 0,6 V/m.
En dit terwijl de gsm-operatoren sinds 2007 in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest hun antennes aanpassen en nieuwe antennes bij plaatsen om te voldoen aan de cumulatieve blootstellingsnorm van 3V/m. Bij deze strenge cumulatieve norm hoort evenwel de kanttekening dat ze enkel en alleen voor gsm-masten en niet voor andere stralingsbronnen geldt…
Professor Guy Vandenbosch is echter formeel: “Als het Vlaams parlement bezorgd is om de potentiële risico's van de volksgezondheid op lange termijn, dan voert het nu een cumulatieve blootstellingsnorm van 3V/m in. Zoals onze metingen ook al jarenlang aantonen, is dit technisch voor de gsm-applicaties haalbaar zonder al te veel ingrijpende wijzigingen in het netwerk: je moet de antennes anders gaan oriënteren, op hogere masten zetten of extra antennes bijzetten. Want helaas, geen omelet zonder eieren te breken: een lager stralingsniveau voor de volksgezondheid vergt meer antennes die dan evenwel elk aan een lager vermogen kunnen werken.”
Guy Vandenbosch nuanceert wel voor de antennes voor ASTRID (het netwerk voor de veiligheidsdiensten), de radio- en tv-antennes: “Er zijn veel minder van deze antennes, en dus moeten ze veel verder stralen. Ze hebben dus veel hogere vermogens en leiden zo tot hogere stralingsniveaus. In de onmiddellijke buurt van deze zendantennes is een blootstellingsnorm van 3V/m niet haalbaar. In de huidige context is het op korte termijn perfect te verantwoorden om deze stralingsbronnen te ontzien. Niettemin stel ik me vragen bij het feit dat de wetgever met deze nieuwe wetgeving de bestaande situatie betonneert en elke prikkel fnuikt om ook daar in de toekomst maatregelen te nemen...”
Als de werkelijkheid een loopje met de theorie neemt...
Guy Vandenbosch onthult de ontstaansgeschiedenis van de nieuwe Vlaamse norm: “Gsm-operatoren moeten (in de gevallen waar er een bouwvergunning vereist is) nu al vooraf een dossier opmaken, waarbij theoretische berekeningen garanderen dat de nieuwe antenne de waarde van 3V/m op geen enkele plaats zal overschrijden. Zo wil de overheid veilig spelen dat de cumulatieve blootstellingsnorm van 20,6 V/m van alle stralingsbronnen samen nergens overschreden wordt. Nu, de praktijk leert dat de nauwkeurigheid van deze berekeningen ronduit erbarmelijk is. De werkelijkheid neemt gewoon een loopje met het theoretisch model. De gsm-operatoren zouden dus de grootste moeite van de wereld hebben om met de berekeningen aan te tonen dat ze een eventuele cumulatieve norm van 3 V/m niet gaan overschrijden. Metingen tonen echter aan dat dit in de realiteit veel minder een probleem is. De wetgever klampt zich vast aan dit berekeningsmodel om zo theoretisch de volksgezondheid te kunnen garanderen. Hiermee bewijst ze de volksgezondheid allesbehalve een dienst, want dit leidt uiteindelijk tot een hogere norm. De wetgever zou zich beter baseren op het ALATA-principe 'As Low As Technically Achievable', gezien metingen aantonen dat lagere stralingsniveaus dan 3V/m best haalbaar zijn.”
Op weg naar een stralende toekomst....
En of een cumulatieve blootstellingsnorm van 0,6 V/m, zoals het Vlaams Parlement in januari 2009 als streefnorm op termijn voorstelde, dan een utopie of toch een haalbare kaart is? Volgens Guy Vandenbosch is dit technisch perfect mogelijk, maar dit vergt dan wel ingrijpende wijzigingen in het netwerk: “Voor een redelijk gesprek heeft een gsm nood aan 0,1 mV/m. Ik zeg dus 0,1 millivolt per meter: dat is 200.000 keer minder dan de norm van 20,6 V/m. Maar de gsm-antennes zijn nu zo krachtig dat ze door muren van gewapend beton gaan en zelfs in liften en kelders ben je nog mobiel bereikbaar. Dit vergt zware vermogens en leidt tot hoge stralingsniveaus. Een scheiding tussen de binnenhuis- en buitenhuiscommunicatie kan dit probleem omzeilen. Binnenshuis kan je dan je mobieltje laten overschakelen op reeds bestaande infrastructuur als coax-, tv-, internet- of glasvezelkabel om zo de verbinding met de buitenwereld te maken. Dit is dus technisch perfect haalbaar, maar dat doe je niet van vandaag op morgen. Dit vergt forse investeringen en een hele organisatorische switch in het netwerk. Maar zo kan je de stralingsniveaus van gsm-applicaties met gemak terugdringen tot 0,6 V/m.”
De vraag is natuurlijk of deze nieuwe Vlaamse wetgeving met zijn weinig vooruitstrevende normen de verantwoordelijke sectoren voldoende prikkelt om werk te maken van een toekomst met 'transmissietechnologieën met laag biologisch impact', zoals het ViA-plan (Vlaanderen in Actie) de burger belooft....
... liggen de echte risico's op de loer
Het nieuwe Vlaamse besluit spitst zich toe op de straling veroorzaakt door vast opgestelde antennes. Maar de rinkelende mobieltjes veroorzaken uiteraard ook straling. Guy Vandenbosch wil dan ook nog deze problematiek in zijn ware context schetsen: “Als je mobiel belt, is de stralingsintensiteit aan je hoofd gemiddeld in een ‘worst case’ scenario duizenden keren hoger dan op 100 meter afstand van een gsm-antenne, waar het maximale stralingsniveau voorkomt. Op drukke plaatsen waar veel mensen telefoneren, is de cumulatieve straling van die toestellen hoger dan die van de masten. Het gevaar schuilt dus niet alleen in die gsm-mast die vanop de speelplaats zichtbaar is, maar evenzeer – en wellicht nog meer – in het feit dat alle kinderen tijdens de speeltijd aan het gsm'en slaan....”
Hoe veilig is veilig?
De normen uit de Vlaamse resolutie kwamen in de politieke geesten tot rijping na enkele hoorzittingen in de commissie Leefmilieu in het Vlaams Parlement, waar experten het BioInitiative Report toelichtten. Dit rapport nam meer dan 2000 wetenschappelijke studies en reviews - en dit op alle mogelijke niveaus: van moleculaire en cellulaire studies, over proeven op dieren als bij mensen tot casecontrol studies, epidemiologische onderzoeken en meta-analyses - onder de loep.
Dit rapport spreekt klare taal: “Er zijn substantiële bewijzen dat elektromagnetische straling leidt tot allergische en ontstekingsreacties, veranderingen in het immuunsysteem en beschadiging van het DNA. Verder zijn er ernstige aanwijzingen dat dit op lange termijn kan resulteren in DNA-breuken en kankers, permanente celstress en vroegtijdige veroudering en wijziging in de hersenfuncties. Bovendien treden deze effecten al op ver beneden de huidige stralingsnormen. De stralingsnorm moet teruggebracht worden tot 0,6 V/m voor buiten en 0,06 V/m voor binnen.”
Professor Van Gool van de dienst Kindergeneeskunde van het UZ Gasthuisberg te Leuven onderschrijft deze visie en legt ook uit waarom: “De schadelijke effecten van elektromagnetische straling zijn duidelijk meetbaar in eenvoudige systemen en in complexere systemen zijn er op zijn minst duidelijke aanwijzingen. Maar dat er nog geen homogene oorzakelijke bewijsvoering voor handen is hoe straling nu precies in het menselijk lichaam schade berokkent, kan niet langer een vrijgeleide zijn om te concluderen dat er dus maar géén schadelijke effecten zijn. Want net dat éne bewijs gaan we waarschijnlijk nooit vinden. Ons biologisch systeem zit zo complex in elkaar dat het extreem moeilijk is om een homogene bewijsvoering voor te leggen.”
Auteur: Patrick Verheye, Freelanceauteur
Eiermarkt 8
2000 Antwerpen
Telefoon: 03 202 90 70
Fax: 03 202 90 88
Website: http://www.argusactueel.be


Een beheerder staat in voor opvolging, validatie en correcte plaatsing van de ‘content’ in de website.