01/02/2012 - Resultaten van de VIONA – studie ‘ISO 26000 en GRI zichtbaar en doenbaar maken in Vlaanderen’
Een jaar na de publicatie van de ISO 26000 – Richtlijn voor maatschappelijke verantwoordelijkheid, wint de richtlijn nog steeds aan bekendheid. Ook het Global Reporting Initiative wordt met de steun van heel wat stakeholders ingezet om duurzaamheidsverslaggeving tot een hoger niveau te tillen. Intussen heeft de Europese Commissie een ‘vernieuwde EU-strategie 2011 – 2014 ter bevordering van maatschappelijk verantwoord ondernemen’ bekend gemaakt. Tal van andere initiatieven, niet altijd gedragen door stakeholders, zijn in ontwikkeling of worden voorgesteld.
Het VIONA-onderzoeksrapport omtrent ‘Duurzaam ondernemen zichtbaar en doenbaar maken in Vlaanderen’ lijkt bijgevolg op een belangrijk moment te komen. Het rapport geeft precies weer wat ISO 26000 en GRI inhouden, hoe de richtlijnen kunnen vertaald worden naar de Vlaamse context, hoe het nu verder moet en hoe steunmaatregelen van de Vlaamse overheid hierop kunnen inhaken.
De studieopdracht werd uitgevoerd door een samenwerkingsverband tussen UNU-CRIS, (United Nations University - Comparative Regional Integration Studies), RCE-SNS (Regional Centre of Expertise – Southern North Sea) en Howest (Hogeschool West-Vlaanderen) en opgesteld door de Vlaamse Overheid – Departement Werk en Sociale Economie.
In de eerste fase van het onderzoek ging men onder andere op zoek naar mogelijke begeleidingstools voor het implementeren van ISO 26000. De twee prominentste voorbeelden zijn AFNOR en de begeleiding voorgesteld door NEN (Nederlandse Norm). Andere tools zijn te raadplegen in het volledige rapport. Vervolgens zocht men ook naar begeleidinstrumenten voor het opmaken van een duurzaamheidsverslag volgens de GRI-richtlijnen. Deze worden aangeboden door GRI, ook voor KMO’s. Toch blijft het voor vele KMO’s nog moeilijk om zonder externe begeleiding een eerste duurzaamheidsverslag op te maken. Daarom hebben de onderzoekers zelf een Excel-bestand met checklist en inhoudsopgave opgesteld. De onderzoekers deden ook inspanningen om een koppelingsdocument op te stellen om prestaties in het kader van ISO 26000 van een organisatie te linken met de GRI-richtlijnen.
De tweede fase van het onderzoek betreft de werkzaamheid van de eerder opgenoemde richtlijnen in de praktijk. 15 Vlaamse organisaties werkten mee. ISO 26000 was al in beperkte mate gekend bij de organisaties voor het onderzoek. Internationale bruikbaarheid en volledigheid werden aanschouwd als de grootste troeven van de richtlijn. ISO 26000 werd wel verweten te theoretisch en veelomvattend te zijn.
GRI was toch nog beter bekend bij de participerende organisaties dan ISO 26000. De uniformiteit van duurzaamheidsverslaggeving werd als groot voordeel van de richtlijn beschouwd. Nadelen als het niet sectorgericht karakter van de richtlijn werden minder onderlijnd.
Vervolgens werden de begeleidingsinstrumenten geëvalueerd. De AFNOR-tool werd veel positiever beoordeeld dan de NEN-handleiding. Ook de Excel-tool opgesteld door de onderzoekers werd warm onthaald. Het koppelingsinstrument ISO 26000 – GRI werd als bruikbaar maar voorbarig aanschouwd.
Over het algemeen bleven de organisaties van oordeel dat externe begeleiding bij de integratie van deze MVO-richtlijnen aan te raden is. De meerderheid van de participerende organisaties vond ook een financiële tegemoetkoming van de Overheid zeker niet overbodig.
Het volledige rapport is te lezen via deze link.
Fleur Mercelis
Koning Albert II laan 35
1030 Brussel
Telefoon: 02 553 40 60 (Dept. WSE)
Website: http://www.mvovlaanderen.be


Een beheerder staat in voor opvolging, validatie en correcte plaatsing van de ‘content’ in de website.