01/09/2009 - Kommer en kwel in de Europese Wijk
De doorgaans flink gebruind en gebakken uit vakantie terugkerende Europese ambtenaren en de horden diplomaten en lobbyisten die mee de betonnen jungle van de Brusselse EU-wijk bevolken, hebben redenen om somber tegen de herfst aan te kijken. De "summertime blues" die zich op en om het Schumanplein manifesteert, is terecht. Straks wordt duidelijk dat Europa gekwetst en gehavend uit de wereldwijde crisis tevoorschijn komt, hopeloos voorbijgestoken door concurrenten die het vroeger in de categorie ontwikkelingslanden koesterde.
Die sombere gedachten kon je in de laatste week van augustus lezen in Charlemagne - de onvolprezen EU-rubriek in The Economist. De "eurocraten" maken zich bij hun rentree terecht en ten onrechte zorgen over de toekomst van de instellingen die hun lief zijn. Hun zorg over institutionele zaken - het tweede referendum in Ierland bijvoorbeeld dat op 2 oktober mee beslist over de toekomst van het Verdrag van Lissabon - of hun bezorgdheid voor de toekomst van Commissievoorzitter José Manuel Barroso, zijn niet meer dan navelstaarderij, aldus Charlemagne. Als het er echt op aankomt, is het niet de man aan de top van de Commissie, of zijn het niet de verdragsteksten die bepalen of Europa slagkracht aan de dag legt, maar wel de politieke wil van de lidstaten. Veel gegronder is de zorg die binnen de EU leeft over de gevolgen van financiele en economische crisis voor het soortelijk gewicht van de statenbond. Als er geen tegenbeweging op gang komt, dreigt er overigens een "hernationalisering" van de Europese financiele markt, met alle gevolgen van dien op langere termijn, waarschuwt Charlemagne.
Het is aan de Zweden om tot eind dit jaar pogingen te ondernemen om als voorzitters van de Europese Raad de crisis, die structureel dreigt te worden, te bezweren. De Zweden namen op 1 juli het heft over van de Tsjechische Republiek. Over het Tsjechische Voorzitterschap is er veel geschreven. Grondlijn van veel van die beschouwingen is dat de Tsjechen de Unie bestuurd hebben naar het voorbeeld van die ene knecht in de parabel van de talenten, die het hem toevertrouwde kapitaaltje veilig had opgeborgen en bewaakt, om het ongeschonden maar zonder enige waardevermeerdering aan zijn meester terug te schenken. Van de Zweden wordt verwacht dat ze wat meer schwung in de Europese machinerie zullen brengen, al wordt - zoals altijd - ook hun Voorzitterschap in belangrijke mate bepaald door de agenda van de Commissie en de macro-economische omstandigheden, zoals die zich aandienen.
Grote verrassingen zijn uitgesloten in de programmering van een Voorzitterschap. Verwondering wekt het dan ook niet dat de Zweden de komende maanden alles op alles zetten om in december 2009 het Kattegat richting wereldklimaattop van Kopenhagen over te steken met een duidelijk Europees mandaat op zak. Alleen op die wijze zullen daar serieuze afspraken kunnen gemaakt worden om de strijd tegen de klimaatswijziging op te voeren. Op die 15de Conference of the Parties to the UNFCCC wil de Unie er zichzelf toe verplichten om de uitstoot van broeikasgassen tegen 2020, in vergelijking met 1990, met 30 procent te verminderen in plaats van de 20 procent die de Unie nu nog nastreeft. Voorwaarde is wel dat ook de andere grote spelers vergelijkbare verplichtingen aangaan. Onder Zweeds Voorzitterschap komt ook het voorstel op tafel om de goedgekeurde verordening over verminderde koolstofdioxide-uitstoot van personenwagen uit te breiden tot bestelwagens en kleine bussen.
Het wat versleten adagium dat crisissen uitdagingen vormen, is ook van tel op de aanpak van de economische crisis. Idealiter moet er van de crisis gebruik gemaakt worden om zoveel mogelijk van het Europese productieapparaat te vergroenen - zodat er voortaan echt gewoekerd wordt met grondstoffen en met energie. Alleen op die manier kan Europa een concurrentieel voordeel uitbouwen ten aanzien van zijn mondiale concurrenten. Dat alles niet alleen in het voordeel van de Europese rijkdom, maar ook van het milieu. Naast het thema "klimaat" duikt in altijd sterkere mate ook de biodiversiteit in de Voorzittersprogramma's op. In 2010 vindt rond dit thema overigens - onder Belgisch Voorzitterschap - een grote internationale conferentie plaats.
Een flinke hap milieubekommernis zit er ook in de Zweedse aanpak van het cohesieprogramma. Zweden, Finnen, Denen en Duitsers zitten al decennia in hun maag met de historische gevolgen van de verregaande nonchalance waarmee zij aanvankelijk ook zelf, en later in sterke mate vooral de communistische oeverlanden, met de natuur zijn omgesprongen. Bij de eerste signalen van glasnost en perestrojka waren vooral Finnen en Zweden er in de jaren 80 als de kippen bij om die milieuverloedering in en om de Oostzee op de agenda te zetten. De Baltische Zeestrategie is daar de logische voortzetting van. Die moet leiden tot een geïntegreerde aanpak van de Oostzee en tot een nieuw model van regionale samenwerking met oog voor milieuaspecten, economie en veiligheid. Zo iets als de integrale aanpak van het Schelde Estuarium dat besloten ligt in de vier verdragen die Vlaanderen en Nederland eind 2005 in Middelburg afsloten, maar waarvan de uitvoering nu nog altijd op eigenaardigheden van het Nederlandse politieke bestel blijft botsen.
Aandacht is er ook voor verdere aanpassingen aan de structuurfondsen, zodat die financiele middelen, die aanvankelijk bedoeld waren om het peil van ontwikkeling van achterop gebleven regio's in de EU richting gemiddelde te pompen, op een vlottere wijze kunnen ingezet worden om de stuntelende economie prikkels te geven. Ook de plannen van de Zweden inzake energie draaien om diezelfde thema's. Investeringen in de infrastructuur moet de EU niet alleen beschermen tegen het soort fratsen dat de Russen vorige winter uithaalden, met het uitvallen van een belangrijk stuk gasbevoorrading tot gevolg. Ze moeten ook de tewerkstelling aanzwengelen. Idem dito voor het stedenbeleid, waar de opvolging centraal zal staan van het Handvest van Leipzig voor een evenwichtig én duurzame ontwikkeling van de Europese steden. Bovendien gaat er de komende maanden ook een vernieuwde aandacht naar energie-efficiëntie van gebouwen en we mogen ons aan een hele reeks ook voor Vlaanderen interessante initiatieven verwachten op het vlak van alternatieve energiebronnen.
Duurzaamheid blijft het buzz word van het huidige en vele toekomstige Voorzitterschappen. Resultaten geeft dat zelfs op microniveau. Duurzaamheid staat ook centraal in de plannen die de Zweden begin juli ten aanzien van het landbouw- en visserijbeleid aankondigden. In de praktijk betekent dit voor de visserij vooral dat de onderhandelingen over de globale en landelijke vangstquota sterk onder dat licht zullen bekeken worden. Waarmee we meteen al weer bij het aspect biodiversiteit en marien milieu zijn beland waar ook de ministers verantwoordelijk voor leefmilieu zich in toenemende mate over buigen. Of hoe nogmaals alle mogelijke aspecten van het Europees beleid verstrengeld zijn tot één groot kluwen. Want uiteraard kunnen de klimaat- en leefmilieuproblematiek, de toekomst van landbouw en visserij, de aanpak van de financiele en economische crisis, en het Lissabon-programma niet los gezien worden van elkaar.
Dat laatste proces, dat de EU in 2000 opstartte, moest van de Unie tegen 2010 de meest innovatieve, productieve en dynamische, op de kenniseconomie gebaseerde regio ter wereld maken. Afscheidnemend Commissievoorzitter Romano Prodi verklaarde in 2004 al dat "Lissabon" tot mislukken gedoemd was, en de Zweedse premier, Fredrik Reinfeldt, herhaalde die vaststelling einde juni, in een opiniestuk in de krant Dagens Nyheter. Wat er precies fout is gelopen, zal de komende maanden het onderwerp uitmaken van het debat over het de "post-Lissabon-agenda". Lag het ambitiepeil te hoog, zijn er onderweg zware fouten gemaakt, of komt de hele Open Concertatiemethode, die poging om de Unie volgens een "zachte" methodiek vooruit te helpen, in het gedrang. Het Lissabon-proces moest het showmodel van die nieuwe manier van doen worden. Ook de hele innovatiestrategie van de Europese Unie moet overigens de komende maande de revue passeren. De Raad buigt zich daar onder meer op 24 september over.
Het Lissabon-proces raakt niet alleen aan de hele problematiek van het stimuleren van de economie, van de tewerkstelling en de innovatie, maar meteen uiteraard ook aan onderwijs, vorming, jeugd en cultuur en zelfs "beter bestuur". Eén van de verklaringen voor het relatieve gebrek aan dynamiek van Europa is de ingewikkelde besluitvorming en de bureaucratie op alle niveaus - niet in het minst het Europese. Niet verwonderlijk dan ook dat de Zweden sinds hun aantreden aandacht schenken aan de Better Regulation Agenda - de pogingen om administratieve lasten voor burgers en ondernemingen te verlagen en te vereenvoudigen. De Raad Concurrentievermogen zou zich daar op 3 en 4 december over buigen. Intussen gaat er ook aandacht naar het aanslepende debat betreffende het Gemeenschapsoctrooi en de toegang tot financieringsbronnen en aanbestedingsprocedures voor kleine en middelgrote ondernemingen. De kans bestaat overigens ook dat de Zweden begin december een politiek akkoord bewerkstelligen over de Richtlijn Laattijdige Betalingen in commerciële transacties.
De Europese economie kan maar uit het slop geraken als er verder op een verstandige manier door overheid en particuliere sector geïnvesteerd wordt. Dat betekent onder meer een beter toezicht en controle op de financiele instellingen, zonder dat dit uitmunt in een verstikkende bureaucratie. Een moeilijk evenwichtsspel wordt dit, zoals duidelijk blijkt uit het moeizame verteringsproces van de staatssteun die de meeste Europese banken sinds de herfst van vorig jaar gevraagd en gekregen hebben.
In de conclusies van de Lentetop 2009 hadden de Europese staats- en regeringsleiders het over het grote belang van investeringen in onderwijs en vorming als antwoord op de economische crisis. Dat wordt meteen het thema van de Raad Onderwijs, eind november. Nauw verbonden daarmee zal de Raad Competitiveit in de december Raadsconclusies aannemen over de European Research Area - op basis van dit concept moeten allerlei administratieve hinderpalen gesloopt worden die de samenwerking en uitwisseling van onderzoeksprojecten en onderzoekers binnen de Unie nu nog in de weg staan.
Dat onderwijs - met name onderwijs in de landstaal - een essentiële voorwaarde vormt om de nieuwkomers in de Europese Unie te integreren, is een waarheid als een koe. Het Voorzitterschap wil hier op de Raad Onderwijs eind september op doorbomen. Integreren van wie de voorbije decennia in de Europese Unie is binnengekomen moet hand en hand gaan met een efficiënt asiel- en migratiebeleid. Europa sluit zijn deuren niet voor verdere immigratie, maar wil wel dat die volgens duidelijke spelregels verloopt - door middel ook van een echt gemeenschappelijk Europees beleid. Dat moet onder meer beletten dat individuele landen hun toevlucht moeten nemen tot grote regularisatiecampagnes die in een Unie met open interne grenzen onvermijdelijk een weerslag hebben op het geheel.
Werk aan de winkel dus, voor de Vlaamse Overheid. Het Belgisch Voorzitterschap in juli 2010 komt nu wel heel dichtbij. De nieuwe Vlaamse ministers en hun kabinetten moet duidelijk gemaakt worden waar hun Europese verantwoordelijkheden liggen, Vlaamse departementen moeten hun steentje bijdragen, en de Vlaamse Vertegenwoordiging binnen de Belgische PV moet meer greep krijgen op een aantal dossiers. Overrompeld door de crisis en de budgettaire gevolgen daarvan bij de pakken blijven zitten, is geen optie.
Kortenberglaan 71
1000 Brussel
Telefoon: 02 737 14 30
Fax: 02 737 14 49
Website: http://www.vleva.eu


Een beheerder staat in voor opvolging, validatie en correcte plaatsing van de ‘content’ in de website.