14/10/2011 - Gemeenten moeten MER-screening doen van sommige vergunningsaanvragen
Vlaanderen heeft de MER-regels te beperkt omgezet, en daardoor moet soms ook de vergunningverlenende overheid zelf nog beoordelen of een MER nodig is. Dat blijkt uit het arrest van het EU-Hof van Justitie van 24 maart (zaak C-435/09, Inforum 255337). De Vlaamse overheid attendeert de gemeenten hierop in de omzendbrief van 22 juli (nr. LNE-2011/1, B.S., 31.08.2011, Inforum 259260)
Totnogtoe bevatte de Vlaamse MER-regeling twee lijsten (bijlagen bij het zgn. project-m.e.r.-besluit = B.Vl.Reg. 10.12.2004, Inforum 199693): bijlage 1 bevat de projecten die altijd een MER nodig hebben (bv. > 3.000 varkens, > 10 km vierbaansweg), bijlage 2 bevat de projecten waarvoor de Vlaamse overheid (dienst m.e.r.) een ‘ontheffing’ kan verlenen. Bijlage 2 bevatte drempels waaronder een project nooit een MER nodig had (bv. < 2.000 varkens, < 1 km vierbaansweg). En het zijn net die laatste drempels die niet kunnen: Europa vindt dat de omvang van het project niet allesbepalend mag zijn en dat ook andere criteria moeten meetellen, zoals bv. het cumulatief effect van meerdere bijeen gelegen ‘kleine’ projecten.
Het arrest heeft tot gevolg dat Vlaanderen alleszins zijn MER-regels moet herzien. Maar intussen kunnen de andere overheidsniveaus niet afwachten. Elke overheid (en niet alleen de regelgever) moet immers onmiddellijk het nodige doen om de MER-richtlijn na te leven. Concreet betekent dit dat al wie als overheid (advies- of vergunningverlener) optreedt bij zo’n aanvraag voor een milieuvergunning of stedenbouwkundige vergunning, een MER-screening moet doen, m.a.w. moet beoordelen of een MER nodig is. Die MER-screening moet gebeuren voor er een beslissing wordt genomen over de vergunningsaanvraag, en het resultaat moet ter beschikking worden gesteld van het publiek. De vergunningverlenende overheid moet in de motivering van de vergunningsbeslissing een duidelijk identificeerbare passage opnemen over die MER-screening. Als de vergunning niet verleend wordt omdat uit de MER-screening blijkt dat het aangevraagde project aanzienlijke milieueffecten kan hebben, dan moet de aanvrager een milieueffectrapport laten opmaken.
Uiteraard zijn niet alle vergunningsaanvragen hieraan onderworpen: het gaat alleen om de projecten die door Vlaanderen ten onrechte werden vrijgesteld van de MER-screening, meer bepaald de projecten in bijlage 2 die onder de Vlaamse drempel vielen. Een lijst met die projecten vindt u in bijlage bij de omzendbrief. Het gaat overigens niet alleen om toekomstige, maar ook om al ingediende vergunningsaanvragen.
Aangezien een MER dient om de vergunningverlenende overheid toe te laten goed geïnformeerd te beslissen, is het enigszins logisch om de MER-screening ook aan die overheid over te laten. Anderzijds hebben de vergunningverlenende overheden weinig ervaring op dit vlak. Die MER-screening was totnogtoe een exclusieve taak van een specifieke Vlaamse administratie, de dienst m.e.r., waardoor gemeenten erg nood hebben aan zo concreet mogelijk instrumenten en adviezen om de MER-screening correct uit te voeren. Het blijft laveren tussen twee uitersten: niet te vaak een aanvrager de last van een MER opleggen en toch onderbouwd en juridisch-correct kunnen beslissen.
Meer info: http://www.mervlaanderen.be of mer [at] vlaanderen [dot] be
VVSG-contact: Steven Verbanck (milieu) of Xavier Buijs (RO).
VVSG - Milieumail nr. 2011/4
Paviljoenstraat 9
1030 Brussel
Telefoon: 02 211 55 00
Fax: 02 211 56 00
Website: http://www.vvsg.be


Een beheerder staat in voor opvolging, validatie en correcte plaatsing van de ‘content’ in de website.