13/07/2010 - DO gezien door de Europeanen: tendenzen (en gangbare opvattingen)
Wat denken de Europeanen over duurzame ontwikkeling? Twee eurobarometers die vorig jaar werden uitgevoerd en in de voorbije maanden werden gepubliceerd, bieden enkele aanwijzingen. De ene barometer heeft betrekking op de dagelijkse consumptie en de andere op de perceptie van de levenskwaliteit in de stad.
Als het gaat over welk gedrag het meest doeltreffend is om de milieu-impact van hun aankopen te verminderen, geven de Europeanen de voorkeur aan de vermindering van afval en recyclage (30 %). Dat blijkt uit een eurobarometer over «duurzame» consumptie en productie die vorig jaar werd gerealiseerd. Heel wat minder Europeanen kopen energiezuinige huishoudelijke apparaten (21 %) en producten die werden vervaardigd volgens milieuvriendelijke methoden (19 %).
Alle verbruikers vinden dat ecolabels in de eerste plaats informatie moeten geven over de recyclage van de producten. Informatie over de broeikasgassen die een product uitstoot, is voor hen niet prioritair. Niettemin is er wel een ruime meerderheid die haar steun uitspreekt voor de invoering van een verplicht label dat specifieke informatie geeft over de koolstofafdruk van een product.
Tax or not tax, that's THE question ...
Welke paden en middelen moeten voorrang krijgen om een ecologisch aankoopgedrag te versterken? Iets minder dan de helft van de Europeanen staan positief tegenover een combinatie van een lagere heffing op weinig vervuilende producten en een hogere heffing op vervuilende producten. Een goed derde (34 %) zegt voorstander te zijn van de exclusieve toepassing van de eerste optie, terwijl 14 % vindt dat men tevreden moet zijn met een heffing op vervuilende producten.
Hoe meer verbruikers zich zorgen maken over de milieu-impact van hun aankopen, hoe meer ze de neiging hebben om te pleiten voor een heffingbeleid op vervuilende producten, en omgekeerd. De Europese verbruikers die daartussen zitten, en «nogal wat belang» hechten aan de milieu-impact van hun aankopen, staan ook positief tegenover een gemengd, gedifferentieerd heffingsysteem.
Op het collectieve niveau zegt de peiling daarentegen niets over een verband tussen de aanwezigheid van compensatiesystemen in een lidstaat (zoals de automatische koppeling van de lonen aan de index in België) en een meer of minder positieve houding van de burgers in deze lidstaat tegenover een heffing op vervuilende producten. Dat maakt het moeilijk om er lessen uit te trekken met betrekking tot promotiemaatregelen op het Europese niveau.
Gelooft men producenten die zeggen dat ze «groen» zijn?
De Europeanen hebben erg weinig vertrouwen in producenten die zelf verklaren dat hun producten ecologisch zijn: 48 % heeft er helemaal geen vertrouwen in en 49 % van de deelnemers aan de peiling heeft een relatief of totaal vertrouwen in het zelfverklaarde ecologische karakter. We merken ook op dat er tweemaal meer zijn die er helemaal geen vertrouwen in hebben (13 %) dan diegenen die er een totaal vertrouwen in hebben (6 %). En dat er daarnaast bijna evenveel respondenten zijn (47 %) die geen enkel vertrouwen hebben in het sociale en milieuverslag van bedrijven, als respondenten die twijfelen aan de zelfverklaarde milieuvriendelijkheid.
In België heeft 62 % van de respondenten veeleer of totaal vertrouwen in de zelfverklaarde milieuvriendelijkheid van de producenten. België is dus een uitzondering, net als een indrukwekkende meerderheid van de Nederlanders (78 %), en net als de Luxemburgers (61 %) en de Fransen (60 %).
De verbruikers die bij hun aankopen het meest aandacht besteden aan ecolabels hebben ook meer vertrouwen in spontane verklaringen van producenten over het ecologische karakter van hun producten.
In de lijn van deze resultaten kunnen de Europese verbruikers worden opgedeeld in twee vrijwel gelijke delen als het gaat over een vrijwillige gedragscode of een dwingende wetgeving voor kleinhandelaars. 42 % pleit voor de wet tegenover 41 % voor de gedragscode, terwijl 10 % meent dat een van beide overbodig is, omdat ze ervan uitgaan dat kleinhandelaars al genoeg doen in verband met milieubescherming.
En het leven in de stad?
De levenskwaliteit in een stad wordt traditioneel beoordeeld via een reeks criteria die blijken overeen te stemmen met de drie dimensies van duurzame ontwikkeling.
Op het sociale vlak is het nodig om de zorgkwaliteit en -toegang te verbeteren. Dat is voor een meerderheid van de bewoners van 54 steden, op een totaal van 75 gepeilde steden, een van de drie grootste problemen. Dat blijkt uit een andere eurobarometer van 2009. Dat staat haaks op een vergelijkbare studie van het OIVO die betrekking had op Belgische, Spaanse, Italiaanse en Portugese steden. Deze studie toont aan dat de Belgische stadsbewoners erg tevreden zijn over de gezondheidszorg in hun stad, met een globale waarderingsindex van 8,1 op een schaal van 1 tot 10. Als we enkel de Belgische cijfers in de eurobarometer bekijken, ontdekken we een gelijkaardige tevredenheidsgraad (een tevredenheid van 85 % tot 93 % afhankelijk van de betrokken steden), die niet tot uiting komt in het Europese gemiddelde.
Een ontleding van de eurobarometer maakt duidelijk dat er een kloof is tussen de steden uit het westen van Europa aan de ene kant - waar de tevredenheid over de gezondheidszorg hoog tot erg hoog is bij een grote meerderheid van de bewoners - en steden in het zuiden en het oosten van Europa - waar het percentage van de respondenten die verklaren dat ze erg ontevreden zijn erg vaak hoger ligt dan dat van zij die verklaren dat ze erg tevreden zijn.
Inzake werkgelegenheid is er slechts in 6 Europese steden een kleine meerderheid van respondenten die vindt dat het gemakkelijk is om daar een goede baan te vinden. Het gaat om Stockholm (61 %), Kopenhagen (57 %), Praag (56 %), München (54%), Amsterdam (53%) en Warschau (52%). In 62 steden is het percentage van de mensen die vinden dat het moeilijk is om in hun stad een goede baan te vinden altijd veel hoger - soms het dubbele - dan het percentage van zij die tevreden zijn.
Inzake leefmilieu wordt luchtvervuiling geciteerd als een belangrijk probleem voor een grote meerderheid van de bewoners in alle gepeilde Italiaanse steden, evenals in de meeste grootsteden (meer dan 500 000 inwoners) en hoofdsteden. In steden waar een meerderheid van de bewoners vindt dat er maatregelen genomen zijn om de klimaatverandering te bestrijden, vindt eenzelfde meerderheid dat het daar het gezondst wonen is.
Emmanuel De Loeul
Meer info:
• Attitudes van Europeanen tegenover duurzame consumptie en productie - april 2009, http://ec.europa.eu/public_opinion
• Perceptie-enquête over de levenskwaliteit in de Europese steden - november 2009, http://ec.europa.eu/public_opinion
• Levenskwaliteit in de steden volgens de bewoners, http://www.test-achats.be
Deze website is een initiatief van de POD Duurzame Ontwikkeling en wil het kruispunt vormen tussen maatschappij, bedrijfswereld en overheid.
Kruidtuinlaan 50 bus 8
1000 Brussel
Website: http://www.duurzameontwikkeling.be/



Een beheerder staat in voor opvolging, validatie en correcte plaatsing van de ‘content’ in de website.