28/02/2011 - Biobrandstoffen niet per se 'gezonder' dan gewone diesel
In onze (stedelijke) leefomgeving worden we blootgesteld aan hoge concentraties verkeersemissies. In het Europese beleid voor biobrandstoffen is gesteld dat in 2020 tien procent van de in het wegvervoer gebruikte conventionele brandstoffen vervangen moet zijn door duurzame brandstoffen. TNO deed een verkennend onderzoek naar de samenstelling en de gezondheidsaspecten van de uitlaatgassen van biobrandstoffen. Belangrijkste vraag: hoeveel 'gezonder' zijn deze uitlaatgassen eigenlijk ten opzicht van die van diesel? In het onderzoek is alleen naar (bio)diesel gekeken, niet naar benzines met bijgemengde biobrandstof.
Minder deeltjes niet hetzelfde als minder effecten
In de Power Train Test faciliteit van TNO in Helmond is onder gestandaardiseerde condities een typische vrachtwagenmotor getest. Er zijn drie verschillende brandstoffen getest, alsook de toepassing van een roetfilter. De uitlaatemissies zijn onderzocht op massa en op aantallen deeltjes én chemisch en biologisch gekarakteriseerd ten opzichte van diesel. Het bleek dat vervanging van diesel door biodiesel weliswaar resulteert in een sterke vermindering van meer dan 80 procent van massa en aantallen deeltjes per kubieke meter lucht, maar dat emissiedeeltjes van biodiesel potentieel meer celdood veroorzaken. Celdood is het proces waarbij cellen afsterven, bijvoorbeeld als gevolg van de aanwezigheid van giftige stoffen in die cellen. Bovendien zijn emissiedeeltjes van biodiesel en van puur plantaardige olie meer in staat erfelijke veranderingen (mutaties) te veroorzaken. Welke risico's dat daadwerkelijk oplevert is uit het verkennende onderzoek nog niet af te leiden.
De bevindingen van TNO worden ondersteund door internationaal onderzoek. Zo constateerden Braziliaanse onderzoekers bij muizen die aan uitlaatemissies van biodiesel blootgesteld waren een verhoogde hartslag en bloeddruk. Ook waren de ontstekingsreacties die in het bloed werden gemeten sterker bij biodiesel dan bij gewone diesel.
Internationaal geharmoniseerde en geaccepteerde testmethodes nodig
Het TNO-onderzoek toont aan dat verlaging van de massa niet altijd een verlaging van het biologisch effect betekent en dat ten behoeve van regelgeving en eventuele filters van fijn stof ook deze biologische effecten in kaart gebracht moeten worden. TNO pleit samen met het RIVM, ondersteund door het ministerie van I&M, voor internationale harmonisatie en acceptatie van testmethodes alsook voor formulering van een richtlijn voor de interpretatie van de resultaten. Dit om uiteindelijk tot betere specificaties van nieuwe brandstoffen en motortechnologieën te komen. Het maatschappelijk belang daarvan is helder: niet alleen willen we blootgesteld worden aan minder emissies maar ook aan minder schadelijke emissies. Ook hier is meten weten.
Bron : TNO
Extra info : Het artikel in 'Atmospheric Environment'
EMIS, het Energie- en Milieu InformatieSysteem voor het Vlaamse Gewest is een project van de Vlaamse Overheid uitgevoerd door de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO) binnen haar reccurente opdracht.
EMIS verzamelt en verwerkt een breed spectrum aan informatie over energie en milieu. In het bijzonder staat binnen de website onafhankelijke, accurate, betrouwbare en actuele informatie centraal, binnen de vier pijlers :
- energiecijfers
- bedrijvengids - evenementen - vacatures
- milieutechnologie
- wetgeving
Samen met het BBT-kenniscentrum wordt EMIS inhoudelijk gestuurd door de BBT/EMIS stuurgroep waarin vertegenwoordigers zitten van LNE - Afdelingen Milieuvergunningen (AMV), Milieu-inspectie (AMI), LHRMG, ToVo en VEA, VLM, VMM en OVAM.
EMIS is sinds 2000 ISO 9001 gecertificeerd.
Boeretang 200
2400 Mol
Telefoon: 014 33 55 11
Fax: 014 32 11 85
Website: http://www.emis.vito.be/



Een beheerder staat in voor opvolging, validatie en correcte plaatsing van de ‘content’ in de website.